roestig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • roes·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van roest met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen roestig roestiger roestigst
verbogen roestige roestigere roestigste
partitief roestigs roestigers -

Bijvoeglijk naamwoord

roestig

  1. aangetast door metaaloxide vooral bij ijzer
    • De roestige spijkers waren niet meer te gebruiken. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.