roemen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • roe·men
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘een kaartcombinatie melden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1717 [1]
  • van roem
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
roemen
roemde
geroemd
zwak -d volledig

Werkwoord

roemen

  1. overgankelijk met lovende woorden spreken over iets of iemand
    • De coach roemt de teamgeest van zijn ploeg. 
    • Medestanders roemen de stabiliteit sinds zijn aantreden, tegenstanders wijzen naar de aantasting van de persvrijheid. 
Synoniemen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen