roekeloos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • roe·ke·loos
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen roekeloos roekelozer roekeloost
verbogen roekeloze roekelozere roekelooste
partitief roekeloos roekelozers -

Bijvoeglijk naamwoord

roekeloos

  1. overmoedig, zonder zorg over de gevolgen of het gevaar van een handeling
    • Wees toch niet zo roekeloos! 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen