roeicoach

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1. Voormalig roeicoach Rutger Röell doopt een nieuwe roeiboot.
Uitspraak
Woordafbreking
  • roei·coach
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord roeicoach roeicoaches
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

roeicoach m

  1. (sport) iemand de (wedstrijd)roeiers traint en begeleidt
    • De Nederlandse roeicoaches Josy Verdonkschot en Mark Emke komen bij de mondiale bond FISA in aanmerking voor de onderscheiding roeicoach van het jaar. Beiden zijn met vijf buitenlandse collega's genomineerd voor de prijs, die op 8 november tijdens een congres in Tallinn in Estland zal worden toegekend. [1] 
    • Bij roeicoach René Mijnders is een ernstige ziekte vastgesteld. De voormalige technisch directeur van de Nederlandse roeibond (KNRB) zal zich daardoor dit seizoen niet actief met het trainen en coachen van de zware en lichte vrouwen in de kernploeg kunnen bezighouden. [2] 
    • Rolstoeltennister Jiske Griffioen, roeisters Maaike Head en Ilse Paulis, en roeicoach Josy Verdonkschot hebben maandagavond een gemeentelijke onderscheiding ontvangen voor hun sportprestaties. [3] 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Tubantia 15 oktober 2013, Roeicoaches Verdonkschot en Emke genomineerd
  2. Het Parool 18 april 2013 Roeicoach René Mijnders ernstig ziek
  3. Het Parool 19 december 2016 Topsporters ontvangen Amsterdamse onderscheiding
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be