roc
Uiterlijk
- [A] mannelijke variant van roche [1]
- [B] lening (12de eeuw) van het Arabisch ruḫḫ (toren in schaken; strijdwagen) die het via Perzisch ruḫ geleend heeft van een Indische taal (vgl. Sanskriet ratha- "strijdwagen") [2]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| roc | le roc | rocs | les rocs |
roc m
roc m
- ↑ roc (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
. - ↑ roc (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.