robbedoes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rob·be·does
Woordherkomst en -opbouw
  • Waarschijnlijk uit de Friese zeemanstaal. Het eerste deel hangt mogelijk samen met rob "zeehond" of met robben (stoeien), het tweede deel met duizelen. [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord robbedoes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

robbedoes m

  1. wilde, onbesuisde man of jongen
    • Ik was vroeger een echte robbedoes. 
Opmerkingen
  • Tegenwoordig is Robbedoes in het Nederlandse taalgebied vooral bekend als de naam van een stripfiguur.
Vertalingen

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.

Verwijzingen