roaming

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • roa·ming
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord roaming
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

roaming m

  1. (telecommunicatie) een algemene term in de draadloze telecommunicatie waarbij een bepaalde dienst wordt voortgezet hoewel de gebruiker zich niet in het netwerk bevindt waarin deze geregistreerd staat
     Jarenlang was het devies om bij een reis in het buitenland roaming uit te zetten op de smartphone om hoge rekeningen te voorkomen. Nu kost mobiel internetten binnen de Europese Unie net zoveel als in Nederland.[2]
     Vanochtend meldde Tele2 op zijn website dat de oplossing was gevonden. Om 13.06 uur verscheen de mededeling dat "we bezig zijn om al het verkeer via roaming te herstellen. Helaas kunnen we nog niet aangeven wanneer de werkzaamheden zijn afgerond".[3]
     Je telefoonrekening op vakantie is dankzij wetgeving uit Brussel flink geslonken. Sinds 2017 mogen telecombedrijven geen geld meer vragen voor roaming, mobiel bellen en internetten in het buitenland. Je betaalt daarvoor op reis nu hetzelfde tarief als thuis.[4]
     Trekvogel met dure roaming dupeert onderzoekers: Een reislustige steppearend heeft Russische wetenschappers een flinke telefoonrekening bezorgd. Na een zomer zonder bereik zond zijn volgzender ineens alle informatie door vanuit het dure Iran.[5]
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. roaming op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink Weblink bron “Internetten op vakantie razend populair, maar pas op bij cruisevakanties” (15-06-2018), NOS
  3. Bronlink Weblink bron “Tele2-klanten in het buitenland al een dag zonder bereik” (04-08-2018), NOS
  4. Bronlink Weblink bron Heleen D'Haens “De EU in jouw leven: je hebt het misschien niet zo door, maar hij is er wel” (10-05-2019), NOS
  5. Bronlink Weblink bron “Trekvogel met dure roaming dupeert onderzoekers” (26-10-2019), NOS