rivierbed

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ri·vier·bed
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rivierbed rivierbedden
verkleinwoord rivierbedje rivierbedjes

Zelfstandig naamwoord

rivierbed o

  1. de uitholling in het landschap waardoor bij voldoende aanwezigheid van water een rivier stroomt
    • Het rivierbed is in de loop der geschiedenis enige malen verschoven. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.