rivierarm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ri·vier·arm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rivierarm rivierarmen
verkleinwoord rivierarmpje rivierarmpjes

Zelfstandig naamwoord

rivierarm m [1]

  1. tak van een rivier die zijn water uit de hoofdrivier ontvangt

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen