Naar inhoud springen

ringen

Uit WikiWoordenboek
Het ringen van een Europese kanarie
  • rin·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ringen
ringde
geringd
zwak -d volledig

ringen

  1. overgankelijk (dierkunde) dieren, veelal vogels voorzien van een genummerde band om poot of hals ter identificatie en/of onderzoek naar verspreiding en trekgedrag
    • Als we deze vogels hebben geringd gaan we naar huis. 
  2. overgankelijk (bosbouw) bij een stam of tak rondom een reep schors verwijderen

deringenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord ring
     De Sovjet- onderzoekers ontdekten dat de pestbacterie plasmiden had, kleine ringen van extrachromosomaal DNA.[2]
     ' Ze veegt een denkbeeldig haartje achter haar oor, waardoor de ringen aan haar vingers weer glinsteren.[3]
     ' Pamela hief haar handen; de ringen om haar vingers glinsterden in het licht.[4]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Roel Coutinho
    “Epidemieën en pandemieën” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025310592
  3. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  4. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be