ringband

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ring·band
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ringband ringbanden
verkleinwoord ringbandje ringbandjes

Zelfstandig naamwoord

ringband m

  1. een schrift of map waarin losse papieren waarin gaatjes zijn geponst d.m.v. ringen worden vastgehouden
    • Een multomap is een bekende vorm van een ringband. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.

Meer informatie