Naar inhoud springen

ringard

Uit WikiWoordenboek
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  ringard     le ringard     ringards     les ringards  

ringard m

  1. (spreektaal) sukkel, hasbeen, niksnut
    «Quelle bande de ringards, ces clochards!»
    Wat een stelletje niksnutten, die zwervers! [1]
  2. (spreektaal) pijpenrager (voor opiumpijp) [1]
  enkelvoud meervoud
  mannelijk   ringard ringards
  vrouwelijk   ringarde ringardes

ringard

  1. (spreektaal) ouderwets, oubollig, uit de tijd
    «C'est ringard
    Da's ouwe koek. [1]
  2. (spreektaal) waardeloos, snert
    «C’est quoi cette musique ringarde
    Wat is dat voor flutmuziek? [1]