rijtje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rij·tje

Zelfstandig naamwoord

rijtje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord rij
  2. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord rijt

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.