rijkheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rijk·heid
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van rijk met het achtervoegsel -heid
enkelvoud meervoud
naamwoord rijkheid
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

rijkheid v [1]

  1. overvloed
    • 'We zijn hier zeker 20 keer geweest en kwamen uiteindelijk tot een shortlist waarin de wensen van NOC*NSF en de schattingen van het aantal bezoekers uit Nederland uiteraard een grote rol speelden. Een pand kiezen viel niet mee omdat je in een stad in ontwikkeling bent zonder de rijkheid aan gebouwen zoals bijvoorbeeld in Londen.' [2] 
    • De 12-koppige jury waardeert de krant voor haar rijkheid aan interessegebieden, de formule en opdeling in overzichtelijke uitneembare katernen. De krant bevat volgens het juryrapport voor ieder wat wils. Regionaal en lokaal nieuws, sport, nationaal en internationaal nieuws en Spectrum op zaterdag. De krant kan daarmee makkelijk worden gedeeld en door meerdere mensen tegelijkertijd worden gelezen. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.

Verwijzingen