rigoureus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ri·gou·reus
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zeer streng’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1503 [1]
  • van het Frans [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen rigoureus rigoureuzer rigoureust
verbogen rigoureuze rigoureuzere rigoureuste
partitief rigoureus rigoureuzers -

Bijvoeglijk naamwoord

rigoureus [3]

  1. onverbiddelijk, radicaal
    • Door het complotdenken worden deradicaliseringsexperts door veel moslims gewantrouwd. IS’ers schilderen hen af als verraders of verspreiden het gerucht dat ze voor de Staatsveiligheid werken. Door rigoureus de nadruk op inhoud te leggen, geraken de mannen er meestal door. ‘Al kan dat lang duren.’[4] 
    • Hoewel de grote steden, waar veel burgers met een migratieachtergrond wonen, schoorvoetend overstag zijn gegaan, bestaat er in de meeste provincieplaatsen en dorpen helemaal geen behoefte om het uiterlijk van Zwarte Piet rigoureus te veranderen.[5] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.

Verwijzingen