riete

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /ˈriːtɐ/ (Etsbergs)
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
riete
reet
gerete
klasse 1 volledig

Werkwoord

riete

  1. rijten
    «Kied, dalik riets se-n 'd dink kepót.»
    Kijk uit, dadelijk rijt je het ding kapot.