richtte aan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • richt·te aan
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
aanrichten

richtte aan

  1. enkelvoud verleden tijd van aanrichten
    • Ik richtte aan. 
    • Jij richtte aan. 
    • Hij, zij, het richtte aan. 


Gangbaarheid