Naar inhoud springen

richt

Uit WikiWoordenboek
  • richt
vervoeging van
richten

richt

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van richten
  2. gebiedende wijs van richten
     Dan richt ik me tot Joy.[1]
     'Wat gaan we doen? Ze richt haar blik op mij.[1]
     ' Joy grinnikt en richt zich dan tot Bibi en mij.[1]
  1. 1 2 3
    Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340