richel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ri·chel
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘rand’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1530 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord richel richels
verkleinwoord richeltje richeltjes

Zelfstandig naamwoord

richel v / m

  1. een smalle uitstekende rand of lijst.
     Eén richel in het bijzonder was zo gevaarlijk dat je een ijsbijl nodig had om je te zekeren om zo te voorkomen dat je zou uitglijden.[2]
Verwante begrippen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen