ribkubusje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rib·ku·bus·je

Zelfstandig naamwoord

ribkubusje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord ribkubus

Gangbaarheid