reut

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • reut
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘troep’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1876 [1] [2] [3]
enkelvoud meervoud
naamwoord reut -
verkleinwoord reutje -

Zelfstandig naamwoord

reut m [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11]

  1. zooi [12]
Synoniemen

Gangbaarheid

45 % van de Nederlanders;
29 % van de Vlamingen.

Verwijzingen