reusachtig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • reus·ach·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen reusachtig reusachtiger reusachtigst
verbogen reusachtige reusachtigere reusachtigste
partitief reusachtigs reusachtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

reusachtig

  1. zeer groot
    • Het is een reusachtig gebouw. 
  2. in zeer hoge mate, enorm
    • We hebben reusachtig genoten. 
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • reusachtig bouwwerk, reusachtige gestalte, reusachtig idee, reusachtig succes, reusachtig groot, reusachtig sterk, reusachtig blij
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.