retoriek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·to·riek
enkelvoud meervoud
naamwoord retoriek retorieken
verkleinwoord retoriekje retoriekjes

Zelfstandig naamwoord

retoriek v

  1. de leer van de welsprekendheid
    • Er zijn zeker mensen die zich met retoriek bezighouden. 
    • Natuur- en milieuliefhebbers hebben dit soort retoriek nooit helemaal achter zich gelaten. Recentelijk spraken bijvoorbeeld de Britse tv-persoonlijkheid David Attenborough en chimpansee-onderzoeker Jane Goodall zich nog uit tegen bevolkingsgroei. Ze waarschuwen tegenwoordig vooral voor de effecten ervan op klimaatverandering. [1] 
Synoniemen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Volkskrant Hidde Boersma18 januari 2019 Bevolkingsgroei maakt een welvarend en groen Afrika mogelijk
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be