retorica

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·to·ri·ca
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord retorica retorica's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

retorica v

  1. leer van de welsprekendheid
    retorica bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)


Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl