restaurateur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • res·tau·ra·teur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord restaurateur restaurateurs
verkleinwoord restaurateurtje restaurateurtjes

Zelfstandig naamwoord

restaurateur m [1]

  1. (kunst) (beroep) iemand die kunstwerken restaureert
  2. (beroep) exploitant van een restaurant

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen