ressentiment

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • res·sen·ti·ment
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘wrok’ voor het eerst aangetroffen in 1633 [1]
  • uit het Frans [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord ressentiment ressentimenten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ressentiment [3]

  1. een boos gevoel omdat je het idee hebt dat jou kwaad gedaan is en dat je dat kwaad wil wreken
    • De winnaars zijn zij die het spel van de markt meespelen. De markt ondersteunt het liberale, individuele denken, maar wat als die niets van jou moet hebben? Dan val je buiten de boot. En dan groeit allengs het ressentiment tegen het systeem. Die woede onderzoekt Mishra. [4] 
    • Hun ressentiment is intrigerend: er bestaat normaliter een negatieve correlatie tussen geletterdheid, opleidingsniveau, inkomsten en xenofobie. En Gooise en Kennemerlandse stemmers komen nu juist uit postcodegebieden met een hoge geletterdheid, een hoog opleidingsniveau en hoge inkomsten. [5] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

57 % van de Nederlanders;
58 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen