resonans

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·so·nans
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord resonans -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

resonans m

  1. langer doorklinkend geluid doordat voorwerpen het weerkaatsen of op dezelfde toonhoogte gaan meetrillen
    • Zingen is een fysieke sensatie en in die zin zelfs verslavend. Soms lukt het me met zo veel resonans te zingen dat mijn vingers meetrillen. [3]
  2. (muziek) versterkte klank van een muziekinstrument door een klankkast
    • Bovendien onthult de muziek van Hume wat de gamba tot zo’n aantrekkelijk instrument maakt: dat je er ronkende akkoorden op kunt strijken, én de bijbehorende melodielijn. En dat je er op kunt tokkelen als op een gitaar, maar dan met de diepere resonans van een groter instrument. [4]
  3. (figuurlijk) herkenning of steun die na een uiting wordt ervaren
    • Op 21 november liep Janoekovitsj over ‘van Brussel naar Moskou’, door onder Russische druk een Oekraïens toenadering met de EU alsnog af te wijzen. Toen het studentenprotest daartegen meer resonans opriep dan alle protestbeweginkjes van afgelopen jaren samen, wist de presidentiële entourage uit geen ander vaatje te tappen dan geweld. [5]
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Deens

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

resonans

  1. (natuurkunde) (elektrotechniek) resonantie


Noors

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

resonans

  1. (natuurkunde) (elektrotechniek) resonantie


Nynorsk

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

resonans

  1. (natuurkunde) (elektrotechniek) resonantie


Zweeds

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

resonans

  1. (natuurkunde) (elektrotechniek) resonantie