resem

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·sem
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord resem resems
verkleinwoord resempje resempjes

Zelfstandig naamwoord

resem m [1]

  1. lange lijst met op elkaar lijkende zaken
    • Het parket, dat geen commentaar op het lopende onderzoek wil geven, besloot enkele maanden geleden al die mogelijke terrorismelink te onderzoeken na een resem incidenten. [2] 
    • Khalid Sheikh Mohammed vroeg zich na een discussie af of de buitenwereld van het proces mag geweerd worden, indien de verhoortechnieken van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA in geheime gevangenissen ter sprake zullen komen. De openbare aanklager heeft onder aanhaling van het nationaal veiligheidsbelang al verzocht het proces achter gesloten deuren te houden, iets wat de burgerrechtenbeweging ACLU in samenspraak met een resem Amerikaanse media fel bestrijdt. [3] 
    • Het rapport van Unesco lijst een resem gebreken op aan de 44 hectare van de site van Pompeii, aan de voet van de Vesuvius nabij Napels. [4] 
Synoniemen

Gangbaarheid

12 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.

Verwijzingen