republikein

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·pu·bli·kein
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aanhanger van de republiek’ voor het eerst aangetroffen in 1710 [1]
  • afgeleid van het Franse républicain [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord republikein republikeinen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

republikein m [3]

  1. burger in een republiek ??
  2. voorstander van een republiek als staatsvorm
    • Republikein demonstreert vast op de Dam [4] 
  3. aanhanger van een Republikeinse Partij (vooral Verenigde Staten van Amerika)
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen