Naar inhoud springen

reprendre

Uit WikiWoordenboek
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
reprendre
/ʁə.pʁɑ̃dʁ/
reprenais
/ʁə.pʁə.nɛ/
repris
/ʁə.pʁi/
derde groep volledig

reprendre

  1. overgankelijk opnieuw krijgen, opnieuw nemen; hernemen [1]
  2. overgankelijk terugnemen [1]; terugontvangen
  3. overgankelijk hernemen [3]; een gespreksonderwerp hervatten
  4. overgankelijk hervatten; opnieuw een activiteit starten na deze te hebben gestaakt
    «Puis, ayant salué le roi et le cardinal, la reine reprit le chemin de la chambre où elle s’était habillée et où elle devait se dévêtir.»[2]
    Dan, na de koning en de kardinaal te hebben gegroet, hervatte de koningin haar weg naar de kamer waar ze zich had aangekleed en waar ze zich moest uitkleden.
  5. overgankelijk (militair) heroveren
  6. overgankelijk corrigeren
  7. onovergankelijk herbeginnen; opnieuw beginnen
  1. reprendre (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994) op Wikipedia (fr) op de website cnrtl.fr op Wikipedia (fr).
  2. Bronlink Weblink bron “Les Trois Mousquetaires”, digitale editie op de Franse Wikisource van MM. Dufour et Mulat, 1849 (1844), p. 180