reprendre
Uiterlijk
- geattesteerd sinds de 12de eeuw; van Latijn reprendere, een contractie van reprehendere (van prehendere met het voorvoegsel re-) [1]
- kan gezien worden als een afleiding van prendre met het voorvoegsel re-
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| reprendre /ʁə.pʁɑ̃dʁ/ |
reprenais /ʁə.pʁə.nɛ/ |
repris /ʁə.pʁi/ |
| derde groep | volledig | |
reprendre
- overgankelijk opnieuw krijgen, opnieuw nemen; hernemen [1]
- overgankelijk terugnemen [1]; terugontvangen
- overgankelijk hernemen [3]; een gespreksonderwerp hervatten
- overgankelijk hervatten; opnieuw een activiteit starten na deze te hebben gestaakt
- «Puis, ayant salué le roi et le cardinal, la reine reprit le chemin de la chambre où elle s’était habillée et où elle devait se dévêtir.»[2]Dan, na de koning en de kardinaal te hebben gegroet, hervatte de koningin haar weg naar de kamer waar ze zich had aangekleed en waar ze zich moest uitkleden.
- «Puis, ayant salué le roi et le cardinal, la reine reprit le chemin de la chambre où elle s’était habillée et où elle devait se dévêtir.»[2]
- overgankelijk (militair) heroveren
- overgankelijk corrigeren
- onovergankelijk herbeginnen; opnieuw beginnen
- [4] recommencer
- [5] reconquérir
- [6] corriger
- [7] recommencer
- ↑ reprendre (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
. - ↑
Weblink bron “Les Trois Mousquetaires”, digitale editie op de Franse Wikisource van MM. Dufour et Mulat, 1849 (1844), p. 180