reportage

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·por·ta·ge
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord reportage reportages
verkleinwoord reportagetje reportagetjes

Zelfstandig naamwoord

reportage v

  1. verslag van een gebeurtenis door een journalist
    • In de krant maar ook op de radio en tv waren veel reportages over de aardbeving in Nepal. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen