repetitief

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·pe·ti·tief
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen repetitief repetitiever repetitiefst
verbogen repetitieve repetitievere repetitiefste
partitief repetitiefs repetitievers -

Bijvoeglijk naamwoord

repetitief

  1. (medisch) zich herhalend
Vertalingen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.