repetitie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·pe·ti·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord repetitie repetities
verkleinwoord repetitietje repetitietjes

Zelfstandig naamwoord

repetitie v

  1. het opnieuw uitvoeren van dezelfde handeling
    • Nonchalant vloeiende alledaagse bewegingen wisselen af met korte, hoekige gebaren in patronen die zich langzaam uitbreiden door repetitie en variatie.[2] 
  2. een gezamenlijke oefening ten bate van een uitvoering, concert e.d.
    • Hij verscheen enigszins ontdaan op de repetitie 
  3. een proefwerk opgelegd aan leerlingen of studenten
    • We hebben overmorgen een repetitie Duits. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Crepain Binst Architecture
    Dominique Pieters
    Lannoo Uitgeverij, 2005
    ISBN 902096531X, ISBN 9789020965315