repertoire

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·per·toi·re
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord repertoire repertoires
verkleinwoord repertoiretje repertoiretjes

Zelfstandig naamwoord

repertoire o [2]

  1. al de stukken die een uitvoerend kunstenaar ten beste kan geven
    • Mijn moeder deed de gordijnen dicht en ik zette mijn handen op de toetsen. Ik speelde Das Wohltemperierte Klavier van Bach, sonates van Beethoven, pianoconcerten van Haydn, we werkten het complete klassieke repertoire door voordat ik dertien jaar was. [3] 
  2. (juridisch) repertorium
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Sandes, David De wondermethode 2006 ISBN 9044509543 pagina 13