repeat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

vervoeging
onbepaalde wijs to repeat
he/she/it repeats
verleden tijd repeated
voltooid
deelwoord
repeated
onvoltooid
deelwoord
repeating
gebiedende wijs repeat

Werkwoord

repeat

  1. herhalen

Zelfstandig naamwoord

repeat

  1. herhaling
    This looked like a repeat from last year's game.