remind

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
  • IPA: /rəˈmaɪnd/
vervoeging
onbepaalde wijs to remind
he/she/it reminds
verleden tijd reminded
voltooid
deelwoord
reminded
onvoltooid
deelwoord
reminding
gebiedende wijs remind

Werkwoord

remind

  1. herinneren
    «He reminded her of her obligations.»
    Hij herinnerde haar aan haar verplichtingen.