relschopper

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rel·schop·per
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van rel en de stam van schoppen met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord relschopper relschoppers
verkleinwoord relschoppertje relschoppertjes

Zelfstandig naamwoord

relschopper m

  1. iemand die relletjes probeert te veroorzaken die het liefst met een flinke knokpartij gepaard gaan
Verwante begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be