relent
Uiterlijk
- Geluid: relent (VK) (hulp, bestand)
- IPA: /ɹɪˈlɛnt/
- Via Middelengels relenten van Angelsaksisch relentir, Latijn relentare
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| relent | relents |
relent
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to relent |
| he/she/it | relents |
| verleden tijd | relented |
| voltooid deelwoord |
relented |
| onvoltooid deelwoord |
relenting |
| gebiedende wijs | relent |
relent
- onovergankelijk in kracht afnemen, verzwakken]
- onovergankelijk bedaren, tot rust komen
- onovergankelijk inbinden [3], (gedeeltelijk toegeven, zich laten vermurwen
- overgankelijk, (verouderd) doen verzwakken, zwakker maken