reiniging

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rei·ni·ging
Woordherkomst en -opbouw
  • Naamwoord van handeling van reinigen met het achtervoegsel -ing.
enkelvoud meervoud
naamwoord reiniging reinigingen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

reiniging v

  1. het schoonmaken van iets
    • De reiniging van dit afvalwater vergt vrij veel aandacht. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
  1. een instelling die zich met het schoonmaken van iets bezighoudt
    • Ik heb dit naar de reiniging gebracht. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be