reiniging

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rei·ni·ging
Woordherkomst en -opbouw
  • Naamwoord van handeling van reinigen met het achtervoegsel -ing.
enkelvoud meervoud
naamwoord reiniging -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

reiniging v

  1. het schoonmaken van iets
    De reiniging van dit afvalwater vergt vrij veel aandacht.
  2. een instelling die zich met het schoonmaken van iets bezighoudt
    Ik heb dit naar de reiniging gebracht.
Vertalingen