reiger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Reiger

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rei·ger
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘reigerachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord reiger reigers
verkleinwoord reigertje reigertjes

Zelfstandig naamwoord

reiger m

  1. (vogels) ooievaarachtige watervogel (Ardeidae) met lange poten en spitse snavel
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen