regeringsleider
Uiterlijk
- re·ge·rings·lei·der
- samenstelling van regering en leider met het invoegsel -s-
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | regeringsleider | regeringsleiders |
| verkleinwoord |
de regeringsleider m
- (regering) de belangrijkste persoon van een regering
- Tijdens de top met regeringsleiders konden belangrijke beslissingen genomen worden.
- ▸ Eric kon de analyse van de subjectieve aspecten in zoverre volgen dat, in alledaagser taalgebruik, de regeringsleider Kosygin bepaald geen idioot was, maar dat de partijleider Brezjnev zonder twijfel een idioot was, maar helaas ook degene die de hoogste politieke macht in handen had.[1]
- Het woord regeringsleider staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)“1968, De grote eeuw deel 7” (2017), Uitgeverij Prometheus
, ISBN 9789044633535
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 15
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Invoegsel -s- in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Regering in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal