regenwoud

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·gen·woud
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord regenwoud regenwouden
verkleinwoord regenwoudje regenwoudjes

Zelfstandig naamwoord

regenwoud o

  1. een bos in een klimaat met het hele jaar door neerslag
    • Regenwouden kennen een enorme soortenrijkdom van dieren en planten. 
Typische woordcombinaties
  • tropisch regenwoud
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie