regelend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·ge·lend

Werkwoord

vervoeging van
regelen

regelend

  1. onvoltooid deelwoord van regelen
stellend
onverbogen regelend
verbogen regelende

Bijvoeglijk naamwoord

regelend

  1. van iemand dat hij iets organiseert
    • De Colombiaanse Bloedgroep maakt hiphop waarover je moet nadenken. Ons doel is om shopverslaafde, bij het Centraal Station chicks regelende gasten iets te leren over Socrates. [1] 
Synoniemen


Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Het Parool 30 mei 2008 'Ik weet dat ik niks weet'