refund
Uiterlijk
- re·fund
- Werkwoord: afkomstig van het Oudfranse werkwoord refunder, dat van het Latijnse werkwoord refundere komt; met het voorvoegsel re-
- Zelfstandig naamwoord: afkomstig van het Engelse werkwoord 'refund'
| Naar frequentie | 13613 |
|---|
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to refund |
| he/she/it | refunds |
| verleden tijd | refunded |
| voltooid deelwoord |
refunded |
| onvoltooid deelwoord |
refunding |
| gebiedende wijs | refund |
refund
- (financieel) restitueren, terugbetalen, teruggeven
- (financieel), (juridisch) schadeloosstellen
- (financieel) rembourseren
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| refund | refunds |
refund