reformen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·for·men

Zelfstandig naamwoord

reformen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord reform

Gangbaarheid

71 % van de Nederlanders;
63 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
reformar

reformen

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van reformar
  2. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van reformar