refereren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·fe·re·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
refereren
refereerde
gerefereerd
zwak -d volledig

Werkwoord

refereren

  1. overgankelijk ~ aan: verwijzen naar
    • Refererend aan mijn eerdere schrijven... 
    • Hij opende de bijeenkomst met te refereren aan de gebeurtenissen van enkele dagen tevoren. 
  2. wederkerend zich ~ aan: zich neerleggen bij een besluit
    • De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. 
Schrijfwijzen
  • 'refereren naar' is een contaminatie van 'refereren aan' en 'verwijzen naar'.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen