refereren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·fe·re·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
refereren
refereerde
gerefereerd
zwak -d volledig

Werkwoord

refereren

  1. overgankelijk ~ aan: verwijzen naar
    • Refererend aan mijn eerdere schrijven... 
    • Hij opende de bijeenkomst met te refereren aan de gebeurtenissen van enkele dagen tevoren. 
    • Op het eiland is een wet goedgekeurd die het verplicht om in officiële overheidscommunicatie de grammaticaal vrouwelijke vorm van titels en beroepen te gebruiken als er aan vrouwen wordt gerefereerd. Zo niet, dan word je op de vingers getikt wegens ‘seksistisch taalgebruik’, schrijft The Local. [3] 
  2. wederkerend zich ~ aan: zich neerleggen bij een besluit
    • De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. 
Schrijfwijzen
  • 'refereren naar' is een contaminatie van 'refereren aan' en 'verwijzen naar'.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Wiktionnaire
  2. etymologiebank.nl
  3. de Standaard VRIJDAG 14 OKTOBER 2016