reeuwen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • reeu·wen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
reeuwen
reeuwde
gereeuwd
zwak -d volledig

Werkwoord

reeuwen

  1. overgankelijk het lichaam van een overledene verzorgen
    • De doden werden gereeuwd en in de kist gelegd. 
Synoniemen

Gangbaarheid

19 % van de Nederlanders;
11 % van de Vlamingen.