reegeit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ree·geit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord reegeit reegeiten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

reegeit v [1]

  1. volwassen wijfjes ree
     Jack Amels en Johan Steenbergen van de Dierenambulance zijn vrijdagmorgen om tien voor half negen bij een dode reegeit geroepen. Het driejarige dier dat drachtig was, lag dood in een weiland op de Oldenzaalse stuwwal, 500 meter van de Schapendijk in Zuid-Berghuizen.[2]
     Loslopende honden teisteren het wild in de Gelderse bossen. Dat meldt De Gelderlander vandaag. In de buurt van Nijmegen werd deze week een voldrachtige reegeit door honden dusdanig verwond dat het dier moest worden afgemaakt. Haar drie geitjes overleefden het ook niet.[3]
Synoniemen

Gangbaarheid

41 % van de Nederlanders;
42 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron Marthy Rothe “Drachtige reegeit doodgebeten” (29-04-2011), Tubantia
  3. Bronlink Weblink bron “Loslopende honden slachten veel wild af” (11-05-2012), Tubantia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be