redzaam

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • red·zaam
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen redzaam redzamer redzaamst
verbogen redzame redzamere redzaamste
partitief redzaams redzamers -

Bijvoeglijk naamwoord

redzaam [1]

  1. van een persoon dat deze zich weet te redden in het leven; van een persoon dat deze zich weet te behelpen
    • Volgens hem is er nu wel degelijk een groep kwetsbare ouderen die extra aandacht nodig heeft. "Dat kunnen bijvoorbeeld mensen zijn die wat minder redzaam zijn, waarvan de mantelzorgers bijvoorbeeld nu op vakantie zijn. Niet voor iedereen is het prettig om deze temperaturen te ervaren". Door te communiceren over de warmte, komt er volgens het instituut meer bewustzijn over de gezondheidsrisico's. [2] 
    • In de stad komt een grote groep kinderen en jongeren in ernstige problemen door lager intellectueel functioneren (IQ tussen 50 en 85) en beperkte sociale redzaamheid. [3] 
    • Kankeren op de zorg is zo gewoon als klagen over het weer, maar als ik er al iets op aan te merken heb, dan zou dat eerder de overkill zijn. Het systeem is klaarblijkelijk ingericht op de totale onzelfredzaamheid van mensen, dat is het uitgangspunt. Dus bestaat de neiging alles tot achter de komma te regelen, wat op een enigszins redzame patiënt een overdreven indruk kan maken. [4] 
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Verwijzingen