reduceren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·du·ce·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
reduceren
reduceerde
gereduceerd
zwak -d volledig

Werkwoord

reduceren

  1. (overgankelijk) terugbrengen tot kleinere proporties
    De inflatie reduceerde de koopkracht aanzienlijk.
  2. (overgankelijk) (scheikunde) het verlagen van het oxidatiegetal door het toevoegen van elektronen aan een molecuul of ion
    Het reactieproduct werd met natriumboorhydride gereduceerd.
  3. (ergatief) (scheikunde) in een lagere oxidatietoestand overgaan
    Onder deze omstandigheden reduceert het ijzer tot de tweewaardige toestand.
  4. (overgankelijk) (kookkunst) het verkleinen van de hoeveelheid vloeistof door het laten verdampen van vocht onder zachte verwarming
Antoniemen
Vertalingen